|
|
|
|
|
|
|
|









Inhoud
Inhoudsopgave 1
Hoofdstuk 1 Wat zijn lieveheersbeestjes? 2
Hoofdstuk 2 Wat eten lieveheersbeestjes? 4
Hoofdstuk 3 Vijanden en bescherming 6
Hoofdstuk 4 Voortplanting en groei 7
Hoofdstuk 5 De winterslaap 9
Hoofdstuk 6 Enkele Soorten 10
Hoofdstuk 1 Wat zijn lieveheersbeestjes?
Lieveheersbeestjes zijn kevers en kevers zijn insecten.
Het lichaam van een insect bestaat uit een kop, borststuk en een achterlijf. Lieveheersbeestjes hebben deze lichaamsdelen ook, maar
ze zijn lastig te zien.
1. Lichaam

Een lieveheersbeestje is erg kleurig. Achter het hoofd zitten twee schildjes, die redelijk hard zijn. De kleur en de stippen op de schildjes zijn verschillend, dat ligt aan de soort. De stippen hebben niks met de leeftijd te maken.
2.Vleugels
Het lieveheersbeestje is een kever.
En net zoals een kever heeft hij twee schildjes: dekschilden.
Onder deze schildjes zitten de vleugeltjes.
3.
Ogen
De ogen van een lieveheersbeestje worden facetogen genoemd.
De vorm van de ogen is een zeshoek en bestaat uit heel veel kleine deeltjes, elk deeltje heeft een lens. Daarom kan een lieveheersbeestje op een moment naar verschillende kanten kijken.
4. Voelsprieten
Een lieveheersbeestje heeft twee voelsprieten die hij gebruikt om te voelen, ruiken en om te proeven.
5. Monddelen
Een lieveheerbeestje heeft een mond en een paar kaken. Die kaken gebruikt hij om kleine insecten (luizen) mee te vangen.
6. Poten
Een lieveheersbeestje heeft zes poten.
Hoofdstuk
2 Wat eten lieveheersbeestjes?
Lieveheersbeestjes eten vooral bladluizen.
Een volwassen lieveheersbeestje eet per dag ongeveer 100 bladluizen.
Dat zijn er meer dan 3000 per maand.Toch zijn de bladluizen niet uitgestorven. Dat komt door de temperatuur.
Als er in een koud voorjaar weinig bladluizen zijn, komen er ook minder lieveheersbeestjes.
Als het warm wordt en de bladluizen worden groot, zijn er nog te weinig lieveheersbeestjes om ze allemaal op te eten.
Sommige soorten bladluizen kunnen zich verdedigen. Als ze worden aangevallen, laten ze een kleverige stof los. Hierdoor kleven de kaken van het lieveheersbeestje aan elkaar. Als het lieveheersbeestje zijn bek schoonmaakt, kan de luis ontsnappen.

Schimmeleters
Insecten die aan planten zuigen, zoals bladluizen, laten suikers achter. Deze kleverige vloeistof heet honingdauw en die blijft op de bladeren zitten. Op deze honingdauw kunnen wittige schimmels leven. Deze schimmels heten meeldauwschimmels. Enkele lieveheersbeestjes, onder andere het Tweeentwintigstippelig lieveheersbeestje, leven van deze meeldauwschimmels. De schimmels kunnen pas groeien als er genoeg honingdauw is. Dit is meestal wat later in het jaar. Daarom worden de eerste schimmeletende lieveheersbeestjes pas in mei gezien.
Planteneters
Veel plantenetende lieveheersbeestjes eten maar enkele plantensoorten. Zo leeft het Heggenranklieveheersbeestje alleen van planten van de komkommerfamilie. Meestal eet het Heggenrank, maar soms bladeren van meloenen of pompoenen.
Ander voedsel
Enkele soorten lieveheersbeestjes, waaronder veel dwergkapoentjes en breedkoplieveheersbeestjes, eten schildluizen. Schildluizen zijn insecten die geen poten of vleugels hebben. Ze leven onder een hard dekseltje, vastgezogen aan een plant.
Lieveheersbeestjes moeten of kunnen hun dieet aanvullen met ander voedsel. Als bladluiseters een lange tijd geen bladluizen kunnen vinden, kunnen zij ander voedsel eten, zoals stuifmeel of zoet fruit. Dan hebben zij in ieder geval wat voedingsstoffen binnen.
Voedsel zoeken
Ondanks
hun grote ogen, kunnen lieveheersbeestjes nauwelijks zien. Zij moeten dus tegen
hun prooi oplopen. Daarom lopen de larven en de volwassen lieveheersbeestjes
langs stengels en bladeren omhoog. Op die manier is de kans groter dat zij
bladluizen tegenkomen dan wanneer ze kriskas heen en weer zouden gaan. Wanneer
ze een bladluis hebben gevonden, wordt de omgeving nauwkeurig afgezocht. Als ze
geen nieuw eten meer vinden, gaan ze verder omhoog langs de stengel. Als ze een
lange tijd geen bladluizen vinden, vliegt het lieveheersbeestje naar een andere
plaats. Lieveheersbeestjes vliegen dus weg als er te weinig eten is.
Hoofdstuk 3 Vijanden en bescherming
Bescherming
De lieveheersbeestjes hebben weinig vijanden. Dat komt omdat ze een paar afweermiddelen hebben.
Bijvoorbeeld
de kleur (fel rood of geel) geeft aan: pas op ik smaak vies. Om de vogels extra
te waarschuwen laat hij wat geel vocht los wat vies smaakt en ruikt. Als een
lieveheersbeestje toch wordt opgepakt of aangeraakt gebruiken ze andere
afweermiddelen. Ze trekken dan hun poten en antennen in en blijven doodstil
liggen. Ook kunnen ze hun vijanden te slim af zijn om net te doen of ze dood
zijn, en dan van het blaadje of takje afvallen om zo tussen het groen te
verdwijnen.
Vijanden
Lieveheersbeestjes
worden wel door andere dieren gegeten, maar horen niet bij het favoriete eten.
Er is een soort wesp die de grootste vijand is van het lieveheersbeestje:de
Perilitus Coccinellae. Deze wesp legt haar eitjes in het lieveheersbeestje. Als
de jonge wespen uit hun ei komen eten ze het lieveheersbeestje van binnenuit op.
Hoofdstuk 4 Voortplanting en groei
Eitjes
Lieveheersbeestjes
paren in de lente en in de zomer. Na de paring leggen de vrouwtjes de eitjes.
Dit
duurt twee dagen. Een vrouwtje kan tot 125 eitjes leggen. Een vrouwtje legt haar
eitjes meestal onder een blad waar veel bladluizen zitten. De eieren zijn
ongeveer 1,5 millimeter groot en geel van kleur. Ze staan rechtop in een groepje
bij elkaar.
Larven
en poppen
Na
een paar dagen komen de eitjes uit. De larve van een lieveheersbeestje is
zwartgrijs met gele wratten aan allebei de kanten van zijn lichaam en heeft drie
paar borstpoten. Een larve begint gelijk te eten als hij uit zijn ei komt (lege
eierschalen, onbevruchte eieren en vooral bladluizen). De larve eet voordat hij
een pop wordt 200 tot 600 bladluizen. De larve eet tot zijn huid opensplitst.
Hieronder zit een nieuwe huid die zacht en vochtig is. Hierna verandert de larve
in een pop. De pop is ongeveer 3,5 millimeter groot en hij is donkergrijs met
zwart.
Lieveheersbeestje
Na
een paar weken komt de pop uit, en is het een lieveheersbeestje.
Het is dan nog niet meteen rood en het heeft ook nog geen stippen. Maar 5 minuten later dan wordt het rood
of een andere kleur (dat ligt aan de soort),
en
de stippen komen daarna tevoorschijn.
Grootte
Je kunt aan de grootte zien of het een mannetje of een vrouwtje is.
De vrouwtjes zijn groter dan de mannetjes.


In
het voorjaar verzamelen de lieveheersbeestjes zich voor de winterslaap in kleine
groepjes. De lieveheersbeestjes brengen de winter door onder een pak bladeren,
een half vergane boomstronk of iets wat er op lijkt. Hier vinden ze bescherming
tegen de winterkou. Er is een generatie per jaar, maar de volwassenen leven
lang, in de zomermaanden zijn dus alle soorten aanwezig: larven, netvolwassenen
en langvolwassenen. Zodra de zon in het voorjaar warm genoeg wordt komen ze
allemaal tegelijk tevoorschijn. Je kunt de lieveheersbeestjes vooral vinden
tussen april en september. Ze zijn meestal te vinden in rozenstruiken, distels,
lupines en (brand)netels.
Deze
soort leeft van bladluizen op loofbomen. Ze overwinteren vaak in huizen en
daarom zijn ze bijna het hele jaar te zien. Als in het najaar de verwarming
hoger wordt gezet, worden ze wakker en komen ze tevoorschijn. Alle
lieveheersbeestjes van dit soort zijn tussen de 3,5 en 5,5 millimeter.
Het viervleklieveheersbeestje.
Deze
lijkt bijna rond van vorm. Het wordt ongeveer 5 millimeter groot.
Het leeft van schild- en bladluizen op allerlei soorten bomen. Ze overwinteren vlakbij de grond onder strooisel en bladafval.
Het
zevenstippelig lieveheersbeestje.
Deze soort komt het meest voor. Het wordt tussen de 5 en 8 millimeter groot. Het voedsel bestaat uit bladluizen en larven van insecten. Ze komen op de eerste mooie dagen in het nieuwe jaar tevoorschijn. Ze kunnen tot ver in november worden gevonden. Dieren die in huis overwinteren, kunnen ook middenin de winter tevoorschijn komen. Maar de meeste overwinteren onder bladeren of plantenafval op de grond.
Het veertienstippelig lieveheersbeestje.
Deze is tussen de 3,5 en 5 millimeter groot. Het is bijna het hele jaar door te
vinden. Het eet bladluizen op allerlei soorten gewassen.
Het zestienpuntlieveheersbeestje.
Dit
is een klein diertje, dat nooit groter is dan 3 millimeter. Het is vooral te
vinden langs de kust, bij de grote rivieren en op vochtige heideterreinen. Het
eet veel soorten voedsel: stuifmeel van grassoorten, meeldauwschimmels en
bladluizen.
Het tweeentwintigstippelig lieveheersbeestje.
Het
is tussen de 3 en 4,5 millimeter groot en heldergeel gekleurd. Het eten bestaat
uit meeldauwschimmels die ze vinden op een groot aantal bomen en planten zoals
de eikenboom. Het overwintert onder dorre bladeren, in strooisel of in de
compostbak. Het komt pas in mei weer tevoorschijn en dat is later dan de andere
lieveheersbeestjes.
Het oogvleklieveheersbeestje.
Dit
is het grootste lieveheersbeestje van Europa. Het is bijna 1centimeter groot.
Het kan op allerlei plaatsen leven, maar wordt meestal in de buurt van
naaldbomen gevonden. Het eet vooral bladluizen, maar soms ook ander voedsel
zoals larven van insecten.
Het elfstippelig lieveheersbeestje.
Deze
lijkt op het zevenstippelige lieveheersbeestje. Het is alleen wat kleiner en is
ook langwerpiger. Het voedt zich met bladluizen en larven van insecten. Het
wordt bijna nooit op bomen en hogere struiken gevonden.